Spring naar inhoud

‘Ik wilde weer kunnen timmeren en nu kan het weer’

Meneer Punter | Patiënt Buikwandcentrum Noord-Nederland

Buikwandcentrum Noord-Nederland

Twee chirurgen in een operatiekamer, met een bed gedekt met een laken.

Na een zware periode in het ziekenhuis is meneer Punter terug op de fiets. Hij is 77, maar wie met hem praat, hoort vooral levenslust. “Ik heb alles zelf weer opgepakt. Dat zit in mij. Ik ben niet iemand die achterover gaat leunen.”

45 jaar werkte hij als productontwikkelaar bij fietsenfabriek Batavus. “Ik maakte nieuwe modellen, bedacht slimme oplossingen. Alles wat gebouwd moest worden, maakte ik zelf. Nog steeds trouwens. Geef mij hout en gereedschap en ik ben gelukkig.” Hij is vader van vier, opa van zes, en samen met zijn vrouw altijd druk geweest. “We pasten twee dagen per week op de kleinkinderen. Ze sliepen vaak bij ons. Dat was genieten.”

​Zware periode

Toch liep het vorig jaar anders. “Ik had een tijd last van hoofdpijn en daarna buikpijn. Het bleek eerst hersenvliesontsteking en later ook buikvliesontsteking. Mijn darmen waren lek geraakt, er zat vocht achter mijn longen. Het ging snel mis.” Hij werd meerdere keren geopereerd in Frisius MC. “Ik weet van de eerste weken niets meer. Het was spannend, ook voor mijn vrouw.” 

Artsen Blaauw, Kamphuis en anderen zorgden voor hem. “Goede mensen. Ze wisten niet meteen waar ze het moesten zoeken, maar ze bleven doorgaan. Uiteindelijk hebben ze me gered.” Na de operaties kreeg hij sondevoeding om zijn darmen tot rust te brengen. “Ik heb bijna een jaar niets gegeten. Op 1 april mocht ik weer gewoon eten. Dat vergeet ik nooit.”

Herstellen met wilskracht

In totaal lag hij 82 dagen in het ziekenhuis. “Elke keer was er weer iets: een matje dat niet goed lag, een ontsteking, opnieuw opereren. Maar ik bleef positief.” Zijn instelling was duidelijk: bewegen is leven. “Ik ging zo snel als het kon op de hometrainer, liep door het huis, fietste buiten zodra het kon. Dat helpt. En thuiszorg die een praatje maakt, doet ook veel.” 

Samen met zijn vrouw bleef hij vooruitkijken. “We zijn sportief, maar ook nuchter. We bespreken alles. En in het ziekenhuis waren ze aardig, duidelijk en professioneel. Als ik pijn had, werd er geluisterd.”

Terug naar het gewone leven

Zijn darmen blijven gevoelig. Hij gebruikt nu nog zakjes voor de ontlasting, maar ook om ze tot rust te brengen. In januari is er weer een controle. “Maar verder heb ik geen beperkingen. Nou ja, mijn vrouw vindt dat ik het nog wat rustig aan moet doen.” Hij lacht. “Maar als ik iets moois kan timmeren, dan doe ik dat. Ik hou van dingen maken.” 

Fietsen doet hij weer volop, samen met zijn vrouw. “We pakken de gewone fiets of de elektrische fiets. Lekker op pad, de natuur in. Meer heb je niet nodig.”